Terug naar index

Esther de Graaf
Esther de Graaf, (Deel van) Branching Fields, 2016,
installatie, karton, aluminium, tape, te zien in het Groninger Museum 11-06 t/m 02-10-2016

Esther de Graaf (1984)

Esther de Graaf studeerde in 2007 af aan Academie Minerva in Groningen. Zij exposeerde al in binnen- en buitenland. De Graaf bouwt haar objecten op uit stroken karton, ijzerdraad, aluminiumfolie, tape en cellofaan, waaruit torenhoge of ellenlange fragiel uitziende bouwwerken ontstaan. Soms hebben de constructies geometrische, soms organische vormen. Soms lijkt haar geëxposeerd werk op een ontwerp voor sculpturen die (uitgevoerd in ‘buitenmateriaal’) in de openbare ruimte niet zouden misstaan. Voor een expositie bouwt ze haar werk ter plekke op, want verhuizen van atelier naar museum is niet mogelijk met de grote afmetingen en de kwetsbaarheid van haar creaties. Voor haar tentoonstelling in het Groninger Museum (van 11-6 t/m 2-10-2016) mocht ze het hoog gelegen Coop Himmelb(l)au Paviljoen geheel vol bouwen met haar structuren. Ze kreeg hiervoor de gelegenheid, omdat ze meedeed aan en winnaar werd van het talentontwikkelingstraject Young Grunn Artist II (YGA 11), een samenwerking van het museum met het Groninger kunstenaarsinitiatief NP3. (www.estherdegraaf.nl)


Bron: Groninger Museum Magazine 1/2016

‘Met mijn werk wil ik een soort  tegenwicht bieden aan die stortvloed van snelle platte beelden die ons elke dag overspoelen en die zo vaak gericht zijn op consumptie. De meeste beelden zijn al helemaal door gerationaliseerd, je hoeft er zelf niets meer bij te verzinnen, het beeld is vaak eenduidig en de betekenis is vaak al helemaal dicht getimmerd. Ik zie dat als een beperking en daarom probeer ik objecten te maken waar je de tijd voor moet nemen en waar je je voor open moet stellen. Het gaat mij om de primaire zintuigelijke beleving, een spel waarbij vooral de verbeelding wordt uitgedaagd en die niet direct in woorden te vangen is, zodat de kijker steeds nieuwe dingen ontdekt. Op een bepaalde manier hoop ik daarmee de geest om te woelen, soepel en ontvankelijk te maken voor nieuwe verrijkende denkbeelden.’